Onderzoeksrapport — Analyse van het document Van krijgen naar verdienen — Voorstel voor een eenvoudiger en evenwichtiger Nederlands belastingstelsel (2027–2045)

Korte samenvatting (kernboodschap) Het document stelt een budgetneutrale hervorming van het Nederlandse belastingstelsel voor die de belastingdruk verschuift van arbeid en ondernemerschap naar grote verkrijgingen zonder tegenprestatie (erfenissen en substantiële schenkingen). Centraal staat de invoering van een levenslange persoonlijke verkrijgingsrekening met progressieve tarieven voor cumulatieve verkrijgingen, gecombineerd met een heffing op werkelijk rendement in Box 3 en sterke waarborgen voor ondernemingscontinuïteit. Het voorstel belooft dat alle structurele meeropbrengsten volledig terugvloeien naar lagere lasten op arbeid en werkgeverslasten.

1.  Inleiding en doelstelling
Het voorstel wil een eenvoudiger en evenwichtiger stelsel creëren door onderscheid te maken tussen:

  • Zelf verdiende economische waarde (arbeid, ondernemerschap);
  • Werkelijk rendement van vermogen (rente, dividend, waardestijging);
  • Verkrijging zonder tegenprestatie (erfenissen, schenkingen).

Het document formuleert een maatschappelijke ruil: hogere heffing op grote verkrijgingen zonder tegenprestatie in ruil voor lagere lasten op arbeid en ondernemerschap.

2.   Hoofdcomponenten van het voorstel

2.1 Persoonlijke verkrijgingsbelasting (vervanging schenk- en erfbelasting)

  • Levenslange verkrijgingsrekening: alle substantiële schenkingen en erfenissen worden cumulatief bijgeschreven gedurende iemands leven.
  • Levenslange nultariefvoet: € 25.000 vrij.
  • Progressieve tarieven (indicatief):
    • € 0–€ 25.000: 0%
    • € 25.000–€ 100.000: 10%
    • € 100.000–€ 250.000: 15%
    • € 250.000–€ 1.000.000: 20%
    • € 1.000.000–€ 5.000.000: 30%
    • € 5.000.000: 40%.

Belangrijke kenmerken

  • Relatieneutraliteit: belastingtarief hangt niet af van de relatie tot de schenker/erflater (ouders, kinderen, vrienden gelijk behandeld), met uitzondering van doorschuifregelingen voor fiscale partners.
  • Kleine giften: jaarlijkse meldingsgrens en bijschrijving (bijv. giften tot € 2.500 per jaar).
  • Bestaand vermogen van de ontvanger telt niet mee voor progressie; alleen ontvangen verkrijgingen worden opgeteld.

2.2 Box 3: heffing over werkelijk rendement

  • Overgang van forfait naar werkelijk rendement: belasting over daadwerkelijke opbrengsten (rente, dividend, meetbare waardestijging minus directe kosten).
  • Vrijstelling klein rendement: circa € 3.000 rendement per persoon per jaar vrijgesteld.
  • Verliesverrekening en periodieke herwaardering voor liquide activa; illiquide activa worden afgerekend bij realisatie.

2.3 Geen algemene vermogensbelasting

  • Geen jaarlijkse belasting op enkel bezit; bezit an sich is geen belastbaar feit volgens het voorstel.

2.4 Eigen woning en nalatenschap

  • Hoofdwoning blijft buiten Box 3-rendementsheffing tijdens leven.
  • Bij vererving telt de woning mee op de verkrijgingsrekening, maar er is liquiditeitsbescherming: betalingsuitstel en afrekening bij verkoop of einde eigen bewoning; hypotheekschuld wordt in mindering gebracht. Geen gedwongen verkoop zolang voorwaarden voor voortgezette eigen bewoning gelden.

2.5 Bedrijfsopvolging (BOR-hervorming)

  • Geen automatische miljoenenvrijstelling meer; in plaats daarvan liquiditeitsbescherming en betalingsuitstel:
    • Standaard: afbetaling tot 10 jaar.
    • Verlengd: tot 20 jaar bij aantoonbaar liquiditeitstekort.
    • Uitzonderlijk: tot 30 jaar voor zeer illiquide, actieve ondernemingen.
  • Doel: voorkomen dat gezonde bedrijven gedwongen worden te verkopen vanwege belastingaanslagen, zonder brede vrijstellingen die misbruik mogelijk maken.

3.   Financiële en economische effecten

3.1 Budgetneutraliteit en de maatschappelijke ruil

  • 100% van structurele netto-meeropbrengst uit de verkrijgingsheffing wordt teruggegeven in de vorm van lagere lasten op arbeid en werkgeverslasten.
  • Verdeling: 60% van de meeropbrengst naar verlaging inkomensbelasting/Box 1; 40% naar verlaging werkgeverslasten (de “60/40-terugsluis”). Dit moet volgens het voorstel leiden tot lagere loonkosten en hogere netto-inkomens voor werkenden en ondernemers.

3.2 Doorgerekende scenario’s (stresstests 2027–2045)

Het document bevat prognoses (in constante prijzen, basis € 33,6 mrd in 2023) met meerdere groeiscenario’s voor opbrengsten uit verkrijgingen:

  • Basis (2%) en hogere scenario’s (4%, 6%) met oplopende opbrengsten richting 2045 (bijv. in het zeer hoge scenario € 121,0 mrd in 2045). Deze cijfers illustreren de potentiële schaal van middelen die beschikbaar komen voor de terugsluis.

4.  Juridische, administratieve en uitvoeringsaspecten

4.1 Administratieve vereisten

  • Levenslange verkrijgingsrekening vereist betrouwbare registratie en cumulatie van alle substantiële schenkingen en erfenissen per persoon.
  • Herwaardering en realisatieboekingen voor beursgenoteerde en illiquide activa vergen duidelijke waarderingsregels en toezicht.
  • Anti-misbruik: regels om schijnconstructies, schenkingen via tussenpersonen en kunstmatige transacties te bestrijden; inzet van AI voor patroonherkenning, maar menselijke toetsing blijft verplicht.

4.2 Rechtsbescherming en democratische waarborgen

  • Het voorstel benadrukt gelijke regels, bezwaar en beroep en menselijke beoordeling van besluiten; expliciete waarschuwing tegen gebruik van het stelsel om politieke tegenstanders of ondernemers te bestraffen.

5.   Maatschappelijke en economische implicaties — kansen en risico’s

5.1 Verwachte voordelen

  • Stimulans voor arbeid en ondernemerschap door lagere marginale lasten op inkomen en winst.
  • Minder prikkels tot belastingontwijking via complexe vermogensconstructies als verkrijgingen progressief en levenslang worden geregistreerd.
  • Gerichtere herverdeling: grote, onverwachte vermogensoverdrachten dragen relatief meer bij, terwijl kleine schenkingen en zelf verdiend inkomen ontzien worden.
  • Bescherming van bedrijfscontinuïteit zonder brede vrijstellingen die ongerechtvaardigd voordeel geven.

5.2 Belangrijke risico’s en aandachtspunten

  • Complexiteit en uitvoerbaarheid: levenslange registratie en waardering van verkrijgingen vergen aanzienlijke administratieve capaciteit en heldere regels voor grensgevallen (bijv. internationale erfenissen, immigratie/emigratie).
  • Gedragsreacties: mogelijke timing van schenkingen, verhuizing naar andere jurisdicties, of gebruik van tussenpersonen om progressie te ontwijken.
  • Liquiditeitsproblemen voor erfgenamen ondanks uitstelregelingen; lange aflossingsperiodes kunnen onzekerheid en kosten met zich meebrengen.
  • Politieke haalbaarheid: sterke belangen van vermogende huishoudens en erfgenamen kunnen weerstand oproepen; het voorstel vereist brede democratische legitimatie.

6.  Aanbevelingen voor verdere studie en implementatie

  1. Gedetailleerde microsimulaties uitvoeren om distributieve effecten (per inkomens- en vermogensdeciel) en macro-economische effecten (arbeidsaanbod, investeringen) te kwantificeren.
  2. Uitvoeringspilot: test de levenslange verkrijgingsrekening en waarderingsmethoden in een beperkte populatie of voor specifieke verkrijgingstypen.
  3. Internationale coördinatie: regels voor immigratie/emigratie, grensoverschrijdende nalatenschappen en dubbele belasting moeten juridisch worden uitgewerkt.
  4. Anti-misbruik toolkit: juridische definities, sancties en operationele AI‑ondersteuning met verplichte menselijke toetsing.
  5. Communicatie- en overgangsregeling: heldere uitleg voor burgers en bedrijven, en overgangsregels om onredelijke schokken te voorkomen (bijv. grandfathering van reeds geplande overdrachten).

7.  Conclusie

Het voorstel Van krijgen naar verdienen biedt een coherent en principieel onderbouwd alternatief voor het huidige Nederlandse stelsel: het maakt een scherp onderscheid tussen verdiende inkomens, werkelijk rendement en verkrijgingen zonder tegenprestatie, en stelt een levenslange, progressieve verkrijgingsheffing centraal. Als de uitvoerbaarheid, administratieve lasten en internationale aspecten zorgvuldig worden aangepakt, kan het systeem de beoogde maatschappelijke ruil — minder belasting op arbeid en ondernemerschap in ruil voor hogere bijdragen van grote verkrijgingen — plausibel waarmaken. Verdere kwantitatieve analyse en pilots zijn noodzakelijk om de praktische effecten en mogelijke ongewenste gedragsreacties te beoordelen.

Directe citaten uit het aangeleverde document (1–2 zinnen):

  • “Het voorgestelde belastingstelsel maakt een strikt onderscheid tussen hoe economische waarde bij een individu terechtkomt.”
  • “Iedere structurele netto-meeropbrengst uit de hervorming wordt 100% teruggegeven via lagere belasting op arbeid en ondernemerschap.”

Onderzoeksrapport Pdf

PDF – 212,9 KB 4 downloads