ErfenisvoorAllen: Van krijgen naar verdienen

 

Voorstel voor een eenvoudiger en evenwichtiger Nederlands belastingstelsel (2027-2045)

Budgetneutraal: minder belasting op arbeid en ondernemerschap, meer belasting op grote verkrijgingen zonder tegenprestatie.

Niet links tegen rechts, maar samen voor een vrije en democratische rechtsstaat.

De centrale gedachte: niet hoeveel iemand heeft, maar hoe inkomen en vermogen ontstaan

De kern van ‘Van krijgen naar verdienen’ is niet in de eerste plaats een technisch belastingvoorstel, maar een visie op de verhouding tussen vrijheid, eigen prestatie en gelijke kansen binnen een democratische samenleving. Het voorstel maakt een principieel onderscheid tussen inkomen en vermogen dat iemand zelf door arbeid, ondernemerschap, innovatie of het nemen van risico opbouwt, rendement dat vermogen daadwerkelijk oplevert, en vermogen dat iemand zonder eigen tegenprestatie ontvangt, bijvoorbeeld door een schenking of erfenis.

Wie door arbeid, ondernemerschap, kennis, innovatie of het nemen van risico inkomen of vermogen opbouwt, heeft daar zelf een prestatie tegenover gezet. Bij een erfenis of schenking ligt dat anders: de ontvanger krijgt vermogen zonder daarvoor zelf arbeid te hebben verricht of ondernemersrisico te hebben gedragen. Vanuit die gedachte behandelt het voorstel een zelf verdiende euro anders dan een gekregen euro.

Rijkdom wordt daarbij op zichzelf niet als probleem gezien. Mensen moeten vrij zijn om door succes, ondernemerschap, sparen en investeren een groot vermogen op te bouwen. Daarom wordt geen maximumvermogen voorgesteld en evenmin een algemene belasting op het enkele bezit van vermogen. De centrale vraag is niet hoeveel iemand bezit, maar of inkomen en vermogen zelf zijn verdiend en opgebouwd, als rendement zijn ontstaan, of zonder tegenprestatie zijn verkregen.

Vrijheid én politieke gelijkwaardigheid

Het voorstel probeert bewust buiten de klassieke tegenstelling tussen ‘links’ en ‘rechts’ te treden. De achterliggende vraag is welke belastingstructuur past bij een democratische rechtsstaat waarin individuele vrijheid én politieke gelijkwaardigheid belangrijk zijn.

Economische vrijheid betekent binnen deze visie dat mensen ruimte moeten hebben om te werken, ondernemen, investeren, risico te nemen en vermogen op te bouwen. Succes wordt niet gezien als iets dat fiscaal moet worden begrensd of bestraft. Tegelijkertijd bestaat volgens het voorstel geen vanzelfsprekend recht op blijvende fiscale bevoordeling van zeer grote vermogensoverdrachten van generatie op generatie.

Het doel is daarom niet vermogensverschillen uit te wissen. Verschillen die voortkomen uit prestaties, keuzes, ondernemerschap en risico mogen blijven bestaan. De hervorming wil vooral voorkomen dat het belastingstelsel een steeds verdergaande erfelijke concentratie van economische macht ondersteunt. Grote gekregen vermogens mogen daarom zwaarder bijdragen dan inkomen en vermogen die iemand door eigen arbeid of ondernemerschap heeft opgebouwd.

Daarbij gelden rechtsstatelijke grenzen. Regels moeten voor iedereen gelijk zijn en burgers behouden rechtsbescherming, waaronder bezwaar, beroep en menselijke beoordeling.

De maatschappelijke ruil: verkrijgen financiert minder belasting op verdienen

Deze ideologische gedachte krijgt vorm in een maatschappelijke ruil. De belastingdruk wordt verschoven van werken en ondernemen naar grote verkrijgingen zonder tegenprestatie. Een hogere opbrengst uit de belasting op grote schenkingen en erfenissen is daarbij geen doel op zichzelf, maar een middel om de lasten op arbeid en ondernemerschap te verlagen.

Structurele netto-meeropbrengsten moeten volledig worden teruggegeven via lagere lasten op inkomen, ondernemerschap en arbeid. De overheid mag deze extra opbrengsten niet gebruiken voor structurele uitbreiding van haar uitgaven.

Daarmee ontstaat een directe koppeling tussen verkrijgen en verdienen: wanneer grote vermogensoverdrachten meer belastingopbrengsten opleveren, moet daar aantoonbaar voordeel tegenover staan voor mensen die werken en ondernemen en voor werkgevers die arbeid aanbieden. Het voorstel noemt dit het Verdienendividend.

Geen belasting op bezit, wel op werkelijk rendement

Het enkele feit dat iemand rijk is of vermogen bezit, vormt binnen het voorstel geen reden voor belastingheffing. Een algemene jaarlijkse vermogensbelasting past daarom niet binnen deze benadering.

Wel wordt onderscheid gemaakt tussen bezit en de opbrengst die uit dat bezit voortkomt. Wanneer vermogen daadwerkelijk rendement oplevert, zoals rente, dividend of meetbare waardestijging, kan die opbrengst worden belast. Box 3 moet daarom uitgaan van werkelijk rendement in plaats van fictieve rendementen. Verliezen moeten met latere positieve rendementen kunnen worden verrekend.

De duurzaam zelf bewoonde hoofdwoning blijft buiten deze rendementsheffing. Tweede woningen, buitenlandse woningen en beleggingsvastgoed vallen wel onder de regels voor werkelijk rendement.

Een levenslange persoonlijke verkrijgingsbelasting

De bestaande schenk- en erfbelasting worden vervangen door één persoonlijke verkrijgingsbelasting. Daarbij staat niet de nalatenschap of schenker centraal, maar wat een individuele ontvanger gedurende zijn leven zonder tegenprestatie verkrijgt.

Substantiële schenkingen en erfenissen worden op een levenslange persoonlijke verkrijgingsrekening bij elkaar opgeteld. Er geldt een vrijgestelde voet en daarboven een progressieve heffing. Kleine verkrijgingen worden zoveel mogelijk ontzien, terwijl zeer grote ontvangen vermogens relatief zwaarder kunnen bijdragen.

Het vermogen dat iemand zelf al heeft opgebouwd, telt niet mee voor deze progressie. Iemand die door eigen arbeid of ondernemerschap vermogen heeft opgebouwd, wordt dus niet vanwege dat bestaande vermogen zwaarder belast wanneer hij een schenking of erfenis ontvangt. Alleen wat zonder tegenprestatie is verkregen, telt mee.

Geen gedwongen verkoop van woning of onderneming

Een geërfde woning vormt verkregen vermogen en wordt daarom in beginsel niet vrijgesteld. Tegelijkertijd mag belastingheffing er niet toe leiden dat iemand zijn duurzaam bewoonde hoofdwoning uitsluitend vanwege de aanslag moet verkopen. Daarom kan betalingsuitstel worden verleend wanneer onvoldoende liquide middelen beschikbaar zijn.

Voor familiebedrijven geldt een vergelijkbare benadering. Het voorstel wil af van een grote vrijstelling die uitsluitend ontstaat doordat vermogen in een familiebedrijf zit. Maar een gezond bedrijf mag evenmin worden gedwongen tot verkoop om belasting te kunnen betalen. De bescherming verschuift daarom van belastingvrijstelling naar liquiditeitsbescherming en langdurig betalingsuitstel. Zo wordt gelijke fiscale behandeling gecombineerd met continuïteit van ondernemingen.

Uitvoerbaarheid, menselijke maat en bescherming tegen misbruik

De hervorming is volgens het voorstel alleen aanvaardbaar wanneer zij uitvoerbaar en rechtszeker is. Reguliere schenkingen en erfenissen moeten zoveel mogelijk automatisch kunnen worden verwerkt. Intensief onderzoek wordt beperkt tot situaties waarin objectieve aanwijzingen voor constructies bestaan.

Bij anti-misbruikregels is de feitelijke situatie bepalend: juridische tussenstappen mogen niet tot een andere fiscale uitkomst leiden wanneer uiteindelijk dezelfde natuurlijke persoon het vermogen daadwerkelijk verkrijgt. Toerekening moet berusten op vooraf vastgelegde, objectief toetsbare feiten.

Kunstmatige intelligentie kan ondersteunen bij patroonherkenning, fraudedetectie en waarderingen, maar mag niet zelfstandig bepalen hoeveel belasting iemand verschuldigd is. De wet blijft leidend en besluiten blijven onderworpen aan menselijke beoordeling en rechtsbescherming.

Een systeem dat zichzelf moet blijven toetsen

Het voorstel wil voorkomen dat een nieuwe belasting eenmaal wordt ingevoerd en daarna automatisch steeds zwaarder wordt. Daarom zijn periodieke herijkingen voorzien in 2030, 2035, 2040 en 2045.

Daarbij moet worden onderzocht of de maatschappelijke ruil daadwerkelijk werkt: dalen de lasten op arbeid en ondernemerschap, worden lage en middeninkomens gemiddeld niet zwaarder belast, blijft regulier ondernemerschap beschermd en worden gezonde familiebedrijven niet vanwege een belastingaanslag verkocht? Ook gedragseffecten, investeringen, werkgelegenheid, migratie en uitvoeringskosten worden meegenomen.

Wanneer vermogensoverdrachten sterker groeien dan nodig is voor budgetneutraliteit en de afgesproken lastenverlichting, kan dat aanleiding zijn om de verkrijgingstarieven te verlagen. Groei van erfenissen moet dus niet automatisch betekenen dat de overheid een steeds groter aandeel ontvangt.

Conclusie

De ideologische kern van ‘Van krijgen naar verdienen’ is een combinatie van economische vrijheid en democratische gelijkwaardigheid. Het voorstel verzet zich enerzijds tegen het belasten van rijkdom enkel omdat die rijkdom bestaat. Wie door arbeid, ondernemerschap, innovatie en risico inkomen en vermogen opbouwt, moet daar volgens deze visie zoveel mogelijk ruimte voor krijgen.

Anderzijds maakt het voorstel een principieel onderscheid tussen inkomen en vermogen dat iemand zelf verdient of opbouwt en grote vermogens die zonder tegenprestatie worden ontvangen. Erfelijke overdracht van economische macht hoeft volgens deze gedachte niet dezelfde fiscale behandeling te krijgen als vermogen dat iemand zelf heeft opgebouwd.

Daaruit volgt de centrale maatschappelijke ruil: bezit wordt niet als zodanig belast, werkelijk rendement wel; werken en ondernemen worden lichter belast; grote schenkingen en erfenissen worden progressief belast; en extra opbrengsten vloeien terug naar arbeid en ondernemerschap.

Het uiteindelijke uitgangspunt is niet het verkleinen van vermogen als doel op zichzelf, maar het anders behandelen van de manier waarop inkomen en vermogen tot stand komen: meer fiscale ruimte voor wat mensen zelf verdienen en opbouwen, en een grotere bijdrage uit zeer grote vermogens die zonder eigen tegenprestatie worden verkregen.