Van krijgen naar verdienen
Hervormingsvoorstel voor een eenvoudiger en evenwichtiger Nederlands belastingstelsel (2027–2045)
1. De kern van het voorstel
Het voorstel beoogt een fundamentele verschuiving in het Nederlandse belastingstelsel: waarde die mensen zelf verdienen of creëren wordt lichter belast, terwijl grote vermogens die zonder tegenprestatie worden ontvangen zwaarder bijdragen. Het onderscheid is tussen arbeids- en ondernemersinkomen, werkelijk rendement op vermogen en schenkingen of erfenissen. Het enkele bezit van vermogen wordt niet belast.
2. Minder belasting op arbeid en ondernemerschap
Structurele netto-meeropbrengsten uit de nieuwe verkrijgingsbelasting worden volledig teruggegeven als Verdienendividend: 60% via lagere lasten op inkomen en ondernemerschap en 40% via lagere werkgeverslasten. Daarmee wil het voorstel werken, personeel aannemen en ondernemen aantrekkelijker maken. De lastenverlichting mag niet worden teruggenomen via hogere vennootschapsbelasting, Box 2-heffingen of nieuwe lasten op productieve investeringen. De feitelijke voordelen moeten eerst onafhankelijk worden doorgerekend.
3. Vermogen en werkelijk rendement
Er komt geen algemene jaarlijkse belasting op het enkele bezit van vermogen. Box 3 wordt gebaseerd op werkelijk economisch rendement, met een beperkte rendementsvrijstelling, verliesverrekening en passende afrekening bij waardestijging of verkoop. De duurzaam zelf bewoonde hoofdwoning blijft buiten Box 3. Tweede woningen en beleggingsvastgoed vallen wel onder de regels voor werkelijk rendement.
4. Eén persoonlijke verkrijgingsbelasting
De bestaande schenk- en erfbelasting worden vervangen door één persoonlijke verkrijgingsbelasting. Iedere ontvanger krijgt een levenslange verkrijgingsrekening waarop substantiële schenkingen en erfenissen worden opgeteld. Er geldt een levenslange belastingvrije voet; grotere verkrijgingen worden progressief belast. Het bestaande spaargeld, vermogen en arbeidsinkomen van de ontvanger tellen niet mee voor deze progressie. Kleine giften worden administratief ontzien. Vrijstellingen, schijfgrenzen en tarieven zijn nog testparameters en moeten vóór invoering onafhankelijk worden vastgesteld.
5. Bescherming van woningen en familiebedrijven
Een geërfde woning telt in beginsel mee voor de verkrijgingsbelasting, na aftrek van een eventuele hypotheekschuld. Bij voortgezette eigen bewoning en onvoldoende liquide middelen kan betaling worden uitgesteld, zodat verkoop uitsluitend vanwege de aanslag wordt voorkomen. Ook bij bedrijfsopvolging verschuift de bescherming van grote vrijstellingen naar betalingsuitstel en gespreide afbetaling. Gezonde familiebedrijven mogen niet door een belastingaanslag tot verkoop worden gedwongen.
6. Budgetneutraliteit en uitvoering
De bestaande structurele opbrengst van schenk- en erfbelasting vormt de financiële ondergrens. Netto-meeropbrengsten boven die basis gaan volledig naar lagere lasten op verdienen en werk. Voor invoering moet onafhankelijke microsimulatie aantonen dat de hervorming budgetneutraal en uitvoerbaar is, lage en middeninkomens gemiddeld niet zwaarder belast, regulier ondernemerschap beschermt en geen onaanvaardbare economische effecten veroorzaakt. De levenslange rekening en anti-misbruikregels moeten rechtszeker en tegen beheersbare kosten uitvoerbaar zijn. AI kan controles ondersteunen, maar besluiten blijven onder menselijke beoordeling.
7. Langetermijnvisie 2027–2045
In 2030, 2035, 2040 en 2045 worden de opbrengsten, verdelingseffecten, uitvoeringskosten en tarieven onafhankelijk herijkt. Groei van de vermogensoverdrachten mag niet automatisch tot een hogere reële belastingdruk leiden. Indien mogelijk worden tarieven verlaagd of de belastingvrije voet en schijfgrenzen verruimd, naast de afgesproken terugsluis. Indexatie voorkomt dat inflatie alleen burgers naar hogere schijven duwt. De scenario’s voor 2045 zijn gevoeligheidsanalyses, geen opbrengst- of koopkrachtvoorspellingen.
8. Democratische en maatschappelijke uitgangspunten
Het voorstel positioneert zich voorbij de klassieke tegenstelling tussen links en rechts. Het beschermt vrijheid om te werken, ondernemen, investeren en vermogen op te bouwen, zonder maximumvermogen. Tegelijk wil het voorkomen dat fiscale regels een blijvende erfelijke concentratie van economische macht ondersteunen. Gelijke regels, rechtsbescherming en menselijke maat blijven essentieel.
Conclusie
De maatschappelijke ruil luidt: wie zelf inkomen en vermogen opbouwt, wordt lichter belast; wie grote vermogens zonder tegenprestatie ontvangt, draagt meer bij. De extra netto-opbrengst gaat terug naar werknemers, ondernemers en werkgevers. De uiteindelijke financiële haalbaarheid en effecten moeten vóór invoering onafhankelijk worden bevestigd.