Voldoet het inkomensafhankelijk maken van boetes aan het Gelijkheidsbeginsel in de Grondwet?

Het inkomensafhankelijk maken van boetes — zoals bij het Finse “day‑fine system” of de Nederlandse draagkrachttoets bij strafbeschikkingen — raakt direct aan het gelijkheidsbeginsel in artikel 1 van de Grondwet. De interessante vraag is: is dat in strijd met gelijkheid, of juist een manier om gelijkheid te realiseren?

Kernpunt: formele gelijkheid vs. materiële gelijkheid

Het gelijkheidsbeginsel kent twee lagen:

1. Formele gelijkheid

Iedereen wordt gelijk behandeld in gelijke gevallen.
Op het eerste gezicht lijkt een inkomensafhankelijke boete hiermee te botsen: twee mensen plegen hetzelfde feit, maar betalen een ander bedrag.

2. Materiële gelijkheid

De wetgever mag ongelijke gevallen ongelijk behandelen als daar een redelijke en objectieve rechtvaardiging voor bestaat.
Het doel van een boete is o.a. afschrikking en punitie. Een vast bedrag straft een miljonair nauwelijks, maar kan een laagverdiener financieel breken. De wetgever kan dus stellen dat de feitelijke impact gelijk moet zijn, niet het nominale bedrag.

Hoe kijkt de Nederlandse rechtsorde hiernaar?

Toegestaan volgens de Grondwet

Inkomensafhankelijke boetes worden in Nederland niet gezien als strijdig met artikel 1, zolang:

  • het doel legitiem is (gelijke afschrikking, proportionaliteit);
  • de criteria objectief en toetsbaar zijn (inkomen, vermogen, draagkracht);
  • de regeling niet willekeurig of discriminerend uitpakt.

De Hoge Raad heeft in verschillende contexten bevestigd dat draagkracht een toelaatbare factor is bij strafoplegging en sancties, zolang de wet dit zorgvuldig regelt.

Europees recht ondersteunt dit

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens accepteert inkomensafhankelijke boetes als een manier om effectieve en proportionele bestraffing te bereiken. Dat versterkt de juridische houdbaarheid.

Waarom het gelijkheidsbeginsel dit juist kan ondersteunen

Een vast boetebedrag leidt in de praktijk tot ongelijke gevolgen:

  • €300 is voor de één een maand boodschappen
  • voor een ander een rondje sushi

Het gelijkheidsbeginsel gaat niet alleen over gelijke bedragen, maar over gelijke rechtsgevolgen. Daarom kan een inkomensafhankelijke boete juist beter aansluiten bij het idee van materiële gelijkheid.

Wanneer zou het wél problematisch worden?

  • Als de inkomensgegevens onbetrouwbaar of willekeurig worden gebruikt
  • Als bepaalde groepen structureel zwaarder worden geraakt zonder objectieve rechtvaardiging
  • Als het systeem niet transparant of toetsbaar is

Maar dat zijn uitvoeringsproblemen, geen principiële strijd met artikel 1.