💰 Erfvermogen en de morele dubbelzinnigheid van familievoordeel

In moderne economieën wordt het overdragen van vermogen binnen families vaak gezien als een vanzelfsprekend recht. Toch draagt deze praktijk bij aan een structurele ongelijkheid: wie geboren wordt in een vermogende familie heeft betere kansen dan wie dat niet is. Wat betekent dit moreel gezien? Deugen mensen die deze ongelijkheid bestendigen vanuit liefde en zorg voor hun naasten?

Economisch gezien is het mechanisme helder. Thomas Piketty toont aan dat het rendement op kapitaal systematisch hoger is dan de economische groei (r > g). Hierdoor stapelt vermogen zich op bij een steeds kleinere groep, en erfenissen spelen hierin een cruciale rol. Ze zorgen ervoor dat bezit en macht zich niet alleen concentreren, maar ook verankerd blijven binnen familieverbanden.

Moreel gezien ontstaat een spanningsveld. Aan de ene kant is het begrijpelijk – zelfs nobel – dat mensen hun kinderen willen helpen, beschermen en bevoordelen. Aan de andere kant draagt deze keuze bij aan een wereld waarin afkomst zwaarder weegt dan inzet, talent of verdienste. Het publieke belang wordt ondergeschikt gemaakt aan het particuliere.

Maar de beoordeling van deze keuze hangt af van het perspectief:

  • Individueel: De erflater handelt loyaal en verantwoordelijk.
  • Collectief: De uitkomst is een versterking van sociale ongelijkheid.

Het probleem zit dus niet noodzakelijk in de intentie van het individu, maar in het systeem dat zulke intenties beloont zonder correctie. Wanneer instituties het mogelijk maken om grote vermogens vrijwel onbelast door te geven, schuift moraliteit weg van persoonlijke keuze naar structurele verantwoordelijkheid.

Conclusie: Het nalaten van vermogen is moreel ambivalent. Het is een uitdrukking van zorg, maar ook een mechanisme van exclusie. Om deze spanning te adresseren is niet alleen bewustwording nodig, maar ook institutionele herziening—zoals progressieve erfbelasting en vermogensregulering. Want echte rechtvaardigheid vergt meer dan goede bedoelingen: het vraagt om systemen die die bedoelingen in balans brengen met het algemeen belang.