Van krijgen naar verdienen
Voorstel voor een eenvoudiger en evenwichtiger Nederlands belastingstelsel (2027-2045)
Budgetneutraal: minder belasting op arbeid en ondernemerschap, meer belasting op grote verkrijgingen zonder tegenprestatie.
Niet links tegen rechts, maar samen voor een vrije en democratische rechtsstaat.
De centrale gedachte: niet hoeveel iemand heeft, maar hoe inkomen en vermogen ontstaan
Iedere samenleving kent overtuigingen die zo vanzelfsprekend zijn geworden dat we ze nauwelijks nog ter discussie stellen. Een daarvan is dat grote vermogens vrijwel onbeperkt van generatie op generatie kunnen worden overgedragen. Maar welke samenleving ontstaat wanneer afkomst steeds belangrijker wordt voor iemands maatschappelijke mogelijkheden?
Die vraag raakt aan de fundamenten van onze democratie.
Een vrije samenleving beschermt eigendom, ondernemerschap en persoonlijke zelfstandigheid. Mensen moeten vermogen kunnen opbouwen en daarvan kunnen genieten. Maar vrijheid veronderstelt ook dat maatschappelijke kansen niet bij voorbaat worden bepaald door het gezin waarin iemand wordt geboren.
Economische ongelijkheid is niet automatisch onrechtvaardig. Verschillen zullen altijd bestaan. Problematisch wordt het wanneer grote vermogens zich generaties lang concentreren en economische ongelijkheid geleidelijk verandert in erfelijke maatschappelijke macht.
Dan komt niet rijkdom, maar het open karakter van onze samenleving ter discussie te staan.
Dit vraagstuk overstijgt de traditionele tegenstelling tussen links en rechts. Het gaat om de verhouding tussen individuele vrijheid en democratische gelijkwaardigheid.
Dat roept de vraag op hoe wij die twee beginselen beter met elkaar kunnen verenigen. Mensen moeten vrij blijven om vermogen op te bouwen en aan hun kinderen na te laten. Maar waarom zou de samenleving het verwerven van inkomen door arbeid en ondernemerschap zwaarder belasten dan het ontvangen van grote vermogens zonder eigen tegenprestatie?
Een andere verhouding tussen verdienen, bezitten en verkrijgen kan beide beginselen dichter bij elkaar brengen.
Wie werkt of onderneemt, moet meer kunnen overhouden. Wie vermogen opbouwt, behoudt de vrijheid daarover te beschikken. Maar naarmate vermogen groter wordt, groeit ook de verantwoordelijkheid tegenover de samenleving.
Dat is de gedachte achter Van krijgen naar verdienen: lagere lasten op arbeid en ondernemerschap, een passende bijdrage uit omvangrijke vermogens en een progressieve belasting op grote schenkingen en erfenissen. Kleine verkrijgingen worden ontzien. De extra opbrengst wordt gebruikt om de lasten op werk en ondernemerschap te verlagen.
Het doel is niet om rijkdom te bestrijden of iedereen evenveel te laten bezitten.
Het gaat om een samenleving waarin economische vrijheid samengaat met maatschappelijke openheid.
Daarbij blijven eigendomsrecht, rechtszekerheid en ondernemingscontinuïteit belangrijke uitgangspunten. Wanneer bij de invoering van het voorstel liquiditeitsproblemen ontstaan, moeten daarvoor passende oplossingen worden gevonden. Praktische uitvoeringsproblemen mogen geen belemmering vormen voor de principiële uitgangspunten van het voorstel.
De werkelijke verandering begint niet bij belastingtarieven, maar bij onze opvattingen over vrijheid, eigendom en verantwoordelijkheid tegenover volgende generaties.