Stel dat de maatschappelijke geest rijp is om te kiezen voor de samenleving in plaats van de familie. Hoe zou een rechtvaardig belastingstelsel er dan uitzien?
Als de maatschappelijke geest écht rijp is om de samenleving boven de individuele familiebelangen te stellen, dan verschuift het belastingstelsel van erf- en familiegerichte overdracht naar collectief gerichte vermogensopbouw.
Dat betekent: iedereen profiteert van de economische waarde die samen wordt gecreëerd, en grote ongelijkheden worden structureel beperkt.
Hier is een mogelijke opzet voor zo’n rechtvaardig belastingstelsel:
1. Fundamenten
-
Gelijke startkansen als leidend beginsel: je afkomst bepaalt niet langer je economische mogelijkheden.
-
Collectief eigenaarschap van natuurlijke hulpbronnen, grond, infrastructuur en basisdiensten.
-
Dynamische herverdeling: welvaartscycli worden benut om ongelijkheid te temperen zonder ondernemerschap te ontmoedigen.
2. Belastingstructuur
A. Vermogensbelasting
-
Progressief op netto vermogen boven een hoge vrijstelling (bijv. €250.000 p.p.).
-
Tarieven stijgend per vermogensschijf, bijvoorbeeld:
-
0,5% voor €250.000–€1 miljoen
-
1% voor €1–€5 miljoen
-
2% voor >€5 miljoen
-
-
Vermogen in productieve ondernemingen mag tegen iets lager tarief om investeringen te stimuleren, mits er geen ontwijkstructuren worden gebruikt.
B. Erf- en Schenkbelasting
-
Erfenisbelasting volledig individualiseren: niet de nalatenschap maar de ontvanger betaalt belasting over wat hij/zij in het leven ontvangt.
-
Vrijstelling alleen voor een bescheiden bedrag (bijv. totaal €100.000 levenslang).
-
Alles daarboven tegen stevige progressieve tarieven (20%–60%), ongeacht of het van familie of derden komt.
-
Eventueel: directe doorstorting van deze opbrengst naar een nationaal maatschappelijk investeringsfonds.
C. Inkomstenbelasting
-
Loon en kapitaalinkomen gelijk belasten (dividenden, huurinkomsten, rente en meerwaarden tellen mee als inkomen).
-
Progressieve tarieven, maar lagere druk op lage inkomens door hogere belastingvrije voet.
-
Afschaffen van fiscale sluiproutes zoals box 2/3-voordelen of kunstmatige BV-structuren voor hoge inkomens.
D. Grond- en natuurwaarden
-
Grondwaardebelasting: jaarlijks percentage over de waarde van de grond (niet de opstallen).
-
Opbrengst kan rechtstreeks naar publieke voorzieningen, zoals woningbouw of natuurherstel.
-
Exploitatie van natuurlijke hulpbronnen (gas, wind, zon, mijnbouw) altijd tegen collectief eigenaarschap en concessie-afdracht.
E. Bedrijfsbelasting
-
Vennootschapsbelasting blijft bestaan, maar met stevige minimumbelasting (bijv. 20% effectief tarief) om belastingontwijking via multinationals te stoppen.
-
Beloning van bedrijven die aantoonbaar maatschappelijke waarde leveren (via groene investeringsaftrek, sociale werkgelegenheid, circulaire bedrijfsmodellen).
3. Herverdelingsmechanismen
-
Burgersdividend: jaarlijks uit te keren vast bedrag voor alle inwoners, gefinancierd uit vermogens-, erfenis- en grondwaardebelastingen.
-
Publieke investeringsfondsen: rendementen uit collectief kapitaal (grond, infrastructuur, staatsdeelnemingen) vloeien terug naar burgerdividend of maatschappelijke projecten.
-
Universele basisvoorzieningen: gratis of betaalbare zorg, onderwijs, openbaar vervoer, en energie tot een basisniveau.
4. Culturele component
Een stelsel als dit werkt alleen als de samenleving de waarden solidariteit, rechtvaardigheid en gedeelde vooruitgang breed draagt.
Dat betekent:
-
Onderwijs dat uitlegt hoe collectieve welvaart werkt.
-
Transparantie over belastingopbrengsten en besteding.
-
Publieke erkenning dat erfenis geen recht maar een privilege is.
Als je wilt, kan ik deze visie ook doorrekenen en illustreren met een concreet voorbeeld: wat er gebeurt met vermogen, inkomens en ongelijkheid na 20 jaar onder zo’n systeem. Dat maakt de impact op families én de samenleving heel zichtbaar.
Met lage inkomsten- en vermogensbelasting bij leven, zonder BTW
Dan verschuift het hele systeem richting een “licht leven, zwaar nalaten”-model:
lage belastingdruk zolang je leeft en produceert, maar een forse collectieve claim op vermogen bij overlijden of overdracht.
Zo wordt economische activiteit gestimuleerd, terwijl structurele ongelijkheid toch wordt afgebouwd.
Kernidee: Lage lasten tijdens het leven
-
Geen BTW: consumptie wordt niet ontmoedigd, koopkracht blijft direct voelbaar.
-
Lage inkomstenbelasting: bijvoorbeeld 10%–20%, ongeacht bron (arbeid of kapitaalinkomen).
-
Geen jaarlijkse vermogensbelasting: sparen en investeren blijven onbelast zolang het vermogen niet wordt overgedragen.
Zware nalatenschapsheffing
-
Eenmalig bij overlijden of schenking boven levenslange vrijstelling (bijv. €200.000 per ontvanger).
-
Progressief oplopend, bijvoorbeeld:
-
20% voor €200k–€500k
-
40% voor €500k–€2M
-
60–80% daarboven
-
-
De opbrengst vloeit direct naar een publiek vermogensfonds dat jaarlijks rendement uitkeert aan alle inwoners.
Effecten
-
Stimuleert economische dynamiek: ondernemers, werknemers en investeerders worden niet gestraft voor groei.
-
Houdt ongelijkheid in toom: grote fortuinen worden niet eeuwig doorgegeven binnen families.
-
Verhoogt transparantie: belastingen worden eenvoudiger, minder mogelijkheden tot ontwijking.
Aanvullende componenten
-
Grondwaardebelasting kan blijven bestaan om speculatie te beperken (laag tarief, bv. 1%).
-
Natuurlijke hulpbronnen en monopolies blijven publiek eigendom met opbrengsten voor het collectief.
-
Publieke basisvoorzieningen blijven gratis of goedkoop, gefinancierd uit nalatenschapsheffing en collectieve eigendommen.
Dit model lijkt op een kruising tussen:
-
Singapore qua lage directe belastingen
-
Noorwegen qua collectieve vermogensfondsen
-
En een radicale hervormde erfbelasting à la Thomas Piketty’s voorstel voor een universal inheritance.